Skip to content

Goudzoekers van het brein? – Nee, het beste uit drie werelden!!

13 februari 2011

Ik had al mijn beklag gedaan over het simplisme waarmee opleiders breinkennis toepassen in opleidingen en trainingen. En ook over het gemak waarmee trainingen worden ontworpen juist zonder enige rekening te houden met het functioneren van het brein. En dan heb ik ook nog eens aangekondigd licht in de duisternis te brengen. Goed dan, boter bij de vis. Vandaag leggen we het fundament.
Een van de reacties op mijn lamento was dat we erg veel met elkaar moeten verbinden, om echt te begrijpen hoe je mensen effectief tot ontwikkeling brengt. Helemaal mee eens, maar al die factoren hangen systematisch samen. Zo systematisch, dat we niet alle factoren afzonderlijk hoeven te begrijpen. Maar we mogen best even moeite doen!
Een techniek uit wetenschappelijk onderzoek die veel wordt ingezet om bevindingen te staven, is het combineren van verschillende methoden op het te onderzoeken verschijnsel. Triangulatie heet dat. Het idee daarachter is dat je zekerder bent als verschillende methoden hetzelfde resultaat opleveren.
Triangulatie is mijn arcanum. Want waar knallen wij opleiders en –kundigen nou zo tegenaan? We trianguleren niet, we leggen simpele verbindingen tussen twee werelden (hersenonderzoek en opleiden). Wij zijn, met de woorden van Jan Derksen, “goudzoekers in het brein” geworden. We weten een paar dingen over de werking van het brein en leiden daar meteen hele trainingen uit af.

Eerst even terug naar triangulatie; in mijn eigen simplisme is trianguleren het inzetten van minimaal drie verschillende invalshoeken. De drie invalshoeken die ik ga benutten om zeker te zijn, ga ik hier uit de doeken doen. In deze aflevering doe ik dat door achterover te zitten en anderen te laten spreken:
Onder de titel ‘Red de psychologie uit de klauwen van de hersenonderzoekers’ waarschuwt Jan Derksen in NRC Handelsblad er voor om psychologische problemen te lijf te gaan met neurologische kennis. Derksen sluit zijn vlammende betoog met: “Ze (de actuele, academische psychologie) is gericht op verbanden van psychologische feitjes, zonder fatsoenlijke psychologische theorieën, met circuits in de hersenen.”(Opinie en Debat, p2. NRC 12 februari 2011).
Zo, dan hebben we invalshoek nummer 1 bij de hand: de psychologie. Daar mag je overigens gedragswetenschappen in brede zin van maken!
Ik citeer lustig verder. In een recensie van een boek van de toonaangevende Duitse neurowetenschapper Michael Madeja lees ik (vertalend): “…thema’s als geheugen en leren strikt genomen geen thema’s van hersenonderzoek alleen, maar vallen in het grensgebied tussen gedragsonderzoek (bv. psychologie, ethologie , anthropologie) aan de ene kant en hersenonderzoek aan de andere kant. De ‘brugdiscipline’, die beide aspecten verbindt, zou typischerwijze de neuropsychologie zijn. Daarover lees je in het boekje niets….”(recensie op Amazon.de, over het boek ‘Das kleine Buch vom Gehirn’).
Kijk, daar hebben we ze meteen alledrie: gedragswetenschappen, neuropsychologie en hersenonderzoek.
Die moet je met elkaar gaan verbinden. Hoe ik dat doe? Lees daarover verder in de volgende aflevering: “Waarom geef ik mezelf geen kusje als ik pijn heb?” .

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: