Skip to content

Over Monopolies en spelborden…

20 april 2012

Enkele weken geleden was ik te gast bij een onderwijsinstelling voor volwasseneneducatie voor het begeleiden van een oefening rond hun toekomst. Het werd immers hoog tijd om daar werk van te maken. Alleen al de voorbije 3 jaar verloor deze onderwijsinstelling 57% van zijn studenten. Elke maand noteren zij minder inschrijvingen voor hun (vaak kortere) cursussen. De uitdaging bestond er dan ook in die dynamiek om te keren, of op zijn minst stop te zetten. Het werd een boeiende oefening met een duidelijke rode draad.

Het werd ons duidelijk dat de onderwijsinstelling zich profileerde op – wat wij genoemd hebben – kennis. Experts in het vak, of het nu ging om houtbewerking of boekhouding, stonden garant voor de meest recente inzichten, duidelijk gestructureerde lessen en een kennisniveau om ‘u’ tegen te zeggen. Met andere woorden: als je op zoek bent naar ‘hoogwaardige kennis’, zat je goed bij deze onderwijsinstelling. En het is die profilering die hen de voorbije jaren heel wat publiciteit, waardering en dus ook studenten heeft opgeleverd.

En tegelijkertijd is het net die sterkte die het hen vandaag moeilijk maakt. We kwamen er al snel achter dat het ‘kennismonopolie’ van het onderwijs verleden tijd is. Immers, als iemand kennis wil opdoen, kan hij of zij hier overal toegang tot hebben. Via de PC, laptop en zelfs via de smartphone in je broekzak heb je in een mum van tijd toegang tot wikipedia, twitter, facebook en andere kennisdragers. Kennis is vandaag overal toegankelijk en verkrijgbaar. En als je aan de eerstehands kennis ook gratis kan komen, waarom zou je dan naar een onderwijsinstelling gaan?

Dat betekent dat de onderwijsinstelling in kwestie – en volgens mij ook alle onderwijsinstellingen – het in de toekomst van iets anders moeten hebben om aantrekkelijk te blijven, zeker voor volwassenen. De vraag die dan centraal ligt: wat maakt dat ik bij die onderwijsinstelling wil gaan leren? Wat biedt die onderwijsinstelling mij meer dan alleen maar kennis?

We zijn er nog niet uit! Wat gaat het onderwijs de komende jaren aantrekkelijk maken? Wel zijn we ervan overtuigd dat het iets met de ‘plek’ moet te maken hebben. De ‘plek’ waar je leert, alleen of met anderen. En de rol van onderwijzers in die plek, die niet op kennis gericht is, maar waarschijnlijk meer op nieuwsgierigheid, verbinding en het onderzoek van meningen en verschillen. De plek?! Of het spelbord? Misschien kan iemand op deze blog ons wel helpen…

5 reacties leave one →
  1. 21 mei 2012 07:03

    Als onderwijstrainer en docentcoach merk ik dat beginnend docenten veel last hebben van overbelasting, door de diversiteit aan taken binnen het huidige onderwijs. Hierdoor lijken zij snel hun idealen te verliezen. Ook docenten die al langer in het onderwijs werken en zeer geschikt zijn, hebben vaak twijfels over waarom zij hun prachtige vak ooit zijn begonnen en overwegen een ander beroep. Dit is een ramp voor het onderwijs want zie maar eens zo’n geschikte docent terug te krijgen. Opleidingen en managers moeten nog meer investeren in het ook op langere termijn behouden van hun medewerkers. Kennis is onmetelijk belangrijk en ik geloof echt dat een goed opgeleid docent een student veel kan bieden. Maar…
    Een goede opleiding leert zijn studenten ook om zich staande te houden in zijn toekomstig beroep, door o.a. trainingen aan te bieden over werkdruk, reflecteren, onderhandelen, samenwerken etc. Belangrijk hierbij is dat deze ondersteuning wordt aangeboden door specialisten (ervaren trainers!)en niet door (mede)docenten die een korte bijscholing hebben gevolgd.

  2. 2 mei 2012 16:41

    Het geheim, Niel, is denk ik gelegen in het bundelen van aandacht, het in een rijke leeromgeving bieden van een focus op leren. In de organisaties waar ik mijn werk mag doen, is verstrooiing, van overvolle agenda’s, mailboxen tot voicemails eerder aan de orde dan een aandachtig leerklimaat. Scholen hebben hierin een functie, of ze die beseffen of niet.
    Dank voor je prachtige stuk! Evert

  3. 25 april 2012 18:05

    Inderdaad, kennis is overal toegankelijk. Als fysiotherapeut merkte ik dat bij mijn patienten, soms wisten ze meer over hun specifieke ziektebeeld dan ik. Ook bij mijn huidige studenten (in mijn rol als docent) merk ik dat informatie breed toegankelijk is.
    En als bijna afgestudeerd opleidingskundige kan ik het ook nog onderschrijven.

    Betekent dit dat de patient zichzelf beter kan behandelen, de student beter de les kan geven en ik al een ervaren opleidingskundige ben?
    Volgens mij niet. je moet de kennis in de juiste context weten te plaatsen. Het hebben van kennis is niet de enige voorwaarde voor vakbekwaam handelen.

    Op internet zijn verschillende aanbieders van kennis aanwezig. Maar in deze wirwar de juiste weten te vinden die voor jou als zoekende op dat moment de best toepasbare is, vergt kennis (ja ook daarover) en vaardigheid.

    Waar vindt ik deze? In onderwijsinstellingen! Waar brede vakkennis gecombineerd wordt met didactische principes. De vakinhoud dus van het te leren vak de vakinhoud van het onderwijsvak en de vaardigheid deze over te brengen.

    De studenten aantallen lopen niet terug door kennisgerichtheid. Deels zit hierin de marketingstrategie van de opleider. Maar vooral de manier van kennisoverdracht is in mijn ogen de bron van de problematiek.

    Dat brengt ons bij de titel: Over monopolie en spelborden.
    De monopoliepositie van een opleiding is alleen nog te verkrijgen door een nieuwe nergens anders gegeven opleiding aan te bieden. Voor de rest is het zaak om de spelborden boven tafel te halen: Hoe zorg ik dat ik aantrekkelijk ben?

    Spelvorm is, zeker in de huidige digitale wereld, een weg die graag bewandeld wordt door de student. Het aanspreken van de intrinsieke motivatie van de student (mogelijk via spelvormen) het motto.

    Ontwikkel applicaties voor de smartfone, Breng serious gaming in. Onderzoek wat de lerende bezig houdt en sluit daarop aan.

    Onderwijs wordt inventief. Een uitdagende toekomst in ontwikkeling!

  4. Niel Van Meeuwen permalink
    22 april 2012 19:48

    Beste Freerk,

    Bedankt voor je waardevolle reactie! Ik onderschrijf deze volledig. Je geeft mooi een aantal punten aan waar het onderwijs (en bij uitbreiding de opleidingskunde) zijn toegevoegde waarde kan gaan benoemen. Als ik daar even op doordenk betekent het ook dat de rol van de leerkracht of docent dit soort punten moet gaan ondersteunen. De docent verschuift steeds meer van expert naar ondersteuner. Een enorme uitdaging voor lerarenopleiders, lijkt me…

  5. 21 april 2012 11:12

    Een onderwijsinstelling die kennis in de aanbieding heeft, ziet het aantal aanmeldingen teruglopen. Wat heeft een onderwijsinstelling mensen te bieden behalve kennis? Dat vraagt Niel van Meeuwen. Hier mijn antwoord.

    1. Leren leren
    Kennis kun je uit de bieb en van het internet halen. Maar ‘leren’, de vaardigheid om nog efficiënter kennis tot je te nemen, is een vaardigheid. En vaardigheden kun je trainen. Zoals een voetballer beter voetbalt als hij af en toe met een trainer in een sportschool kijkt hoe hij zijn lichaam in een nog betere conditie kan krijgen, zo kan iemand die kennis tot zich wil nemen met een trainer kijken hoe hij eigenlijk leert en hoe dat beter kan. Een trainer kan je vaardigheid om te leren vergroten.

    2. Leren van anderen
    Meestal zitten in een training of bij een cursus mensen met eenzelfde interesse. En die mensen voegen allemaal iets toe. Bij een cursus Chinees zit wellicht iemand die al eens in China is geweest, iemand anders die veel van internet en computers afweet en beter met klanten uit China overweg wil kunnen. Ze voegen allemaal iets toe. Die meerwaarde heb je niet als je in je eentje achter de pc zit. Een goede trainer zorgt er in zijn trainingen voor dat deelnemers niet alleen luisteren naar de kennis die een deskundige aanbiedt. Een goede trainer zorgt dat de kwaliteiten van deelnemers zichtbaar worden en dat deelnemers die uitwisselen. Een trainer kan ervoor zorgen dat deelnemers leren van een deskundige en van elkaar.

    3. Een goede diagnose
    Mensen weten voor een deel waarover ze meer willen weten. Maar voor een deel ook niet. Ik geef zelf schrijftraining. Het komt regelmatig voor dat mensen bij mij een training gaan volgen omdat ze zelf denken dat ze goed kunnen schrijven, maar collega’s die mening niet delen. Dan maar een training. En de deelnemer denkt dan soms dat het waarschijnlijk komt doordat het onderwerp waarover hij schrijft zo ingewikkeld is en dat hij gewoon even moet leren hoe je jargon kunt omzeilen. Want dat heeft hij al in het vizier. Op dat vlak kun je dan als trainer ook snel scoren. Jargon aanwijzen en alternatieven bieden. Deelnemer blij. Hij is bevestigd in het idee dat het een klein dingetje was dat snel is op te lossen en hij denkt dat hij dat zelf ook wel had kunnen oplossen, maar nu heeft een trainer dat voor hem gedaan.

    Veel vaker is het zo dat het probleem ergens anders ligt. Dat de deelnemer niet weet hoe structuur in teksten werkt, bijvoorbeeld. Iets waaraan hij zelf nooit had gedacht. De deelnemers zou op dat vlak ook niet op zoek zijn gegaan naar kennis. De trainer kan, samen met de deelnemer, een goede diagnose stellen.

    4. Innovatie en vernieuwing
    Het belangrijkste vind ik dat een onderwijsinstelling die zich alleen baseert op kennis uiteindelijk armoedig bezig is. Het achterliggende idee van zo’n instelling is namelijk dat de onderwijsinstelling kennis heeft en dat deelnemers die ontberen. Het glas van de onderwijsinstelling is vol, dat van de deelnemers is leeg, en een cursus zou het glas van de deelnemers wat meer vullen.

    Ik sta zelf voor een idee dat kennis en vaardigheden niet zo te scheiden zijn. Dat in wisselwerking tussen deelnemers en trainer nieuwe inzichten en vaardigheden ontstaan. Daarvoor moet je er als trainer niet vanuit gaan dat je het beter weet dan de deelnemers. Je gaat ervan uit dat je ruimte biedt waarin deelnemers hun kwaliteiten tonen. Dan ontstaat er ruimte voor vernieuwing. Innovatie.

    5. Een nieuwe oude beweging
    Ik word zelf altijd een beetje narrig als ik docent of leraar word genoemd. Ik ben namelijk trainer. Ik zorg voor innovatieruimte. En ik sta in die opvatting over leren niet alleen. Ik ontmoet individuen met dezelfde opvatting. Zo was ik afgelopen week bij een collega-schrijftrainer met dezelfde allergie voor de woorden docent en leraar. Maar ik en mijn collega-schrijftrainer staan in een oude traditie: Sugata Mitra, Ken Robinson, Jasper Huizinga, Marshall McLuhan en anderen.

    Managers in onderwijsland willen graag dat de kennis die in cursussen of opleidingen wordt overgedragen zichtbaar is. Die houden van boekenkennis, want die kun je opschrijven en dan kun je als instelling laten zien wat je te bieden hebt. Maar trainers (en de goede leraren) weten dat dit onzin is. Echt leren gaat over kwaliteiten van deelnemers zichtbaar maken, over verbinding, over motivatie, over catharsis. Soms is daarbij kennis uit boeken nodig. Maar uiteindelijk gaat het om iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: