Skip to content

Leerkapitalisme in kennissamenleving?

18 augustus 2012

Allerlei ontwikkelingen, waaronder globalisering en de technologische vooruitgang, leiden ertoe dat er hogere eisen aan kennis en vaardigheden worden gesteld op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Er wordt bovendien meer druk op mensen gelegd om zelfredzaam te zijn en in hun eigen inkomen te kunnen voorzien. In dit kader is goed onderwijs van groot belang en worden mensen aangemoedigd om te blijven leren; het liefst hun leven lang. Uit onderzoek blijkt echter dat een groep buiten de boot dreigt te vallen: de laagopgeleiden.

Ondanks het feit dat laagopgeleiden, zoals de schoonmaker, receptionist, bouwvakker, fruitplukker, lopende band medewerker of vakkenvuller, veel belang hebben bij verdere scholing en leermogelijkheden, blijkt uit onderzoek dat de deelname aan postinitiële scholing onder laagopgeleiden beduidend lager is dan onder hoogopgeleiden. Onderzoekers Borghans, Fouarge en De Grip (2011) signaleren dat dit verschil in deelname aan formele postinitiële scholing de afgelopen jaren zelfs steeds groter begint te worden.

Het blijkt dat van de laagopgeleiden slechts 47% in de afgelopen twee jaar heeft deelgenomen aan enige vorm van scholing (training & cursussen). Dit percentage blijft constant, terwijl het onder hbo-plussers juist is gestegen naar 66%. Bij informeel postinitieel leren op het werk lijkt er eenzelfde verschil te zijn. Hoogopgeleiden besteden in hun werk gemiddeld 471 uur per jaar aan taken waarvan zij kunnen leren (bijv. een samenwerking met een ervaren collega), terwijl dit onder laagopgeleiden rond 340 uur ligt en de afgelopen jaren steeds minder wordt.

 Je zou dus kunnen concluderen dat in onze samenleving de mensen die reeds hoogopgeleid zijn zich al lerende gedurende hun loopbaan meer blijven verrijken met nieuwe kennis en vaardigheden dan mensen die laagopgeleid zijn. Hiermee lijkt een vorm van leerkapitalisme geboren: vanuit leerperspectief zijn het vooral de mensen met een groter leervermogen die vermogender worden op leergebied. Geld maakt geld, leervermogen creëert leervermogen.

 Bovendien lijkt deze ‘leerrijkdom’ ook nog samen te hangen met tastbare rijkdom, zoals grotere financiële rijkdom. Recente cijfers laten zelfs een relatie met een betere gezondheid en hogere levensverwachting zien. Lechardus (2012) geeft in een recent essay aan dat er concrete indicaties zijn dat in onze kennissamenleving een nieuwe scheidslijn aan het ontstaan is op basis van opleidingsniveau. Laag- en hoogopgeleiden leven in toenemende mate in gescheiden werelden. Deelname in vrijwilligerswerk, verenigingsleven of politiek blijkt bijvoorbeeld steeds minder gebaseerd op de zuil of religieuze betrokkenheid, maar in toenemende mate gerelateerd aan het opleidingsniveau.

Voor wie ‘ja’ antwoordde: Hoe kunnen we laagopgeleiden stimuleren om meer deel te nemen aan leren gedurende hun loopbaan? Hoe kunnen we de sociale scheidslijn op basis van opleiding of leervermogen in onze samenleving vervagen? Een maatschappelijke missie waar in de komende jaren het veld van human resource development bij uitstek een voortrekkersrol in zou kunnen vervullen!

*Lees voor ideeën van de Onderwijsraad het onlangs verschenen advies Over de drempel van postinitieel leren: http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/665/documenten/over-de-drempel-van-postinitieel-leren.pdf

Advertisements
4 reacties leave one →
  1. 20 augustus 2012 10:30

    Frank,

    Het pleidooi pro-kenniswerkers, is niet een pleidooi van laaggeschoolden[eens?]. Het pleidooi pro-kenniswerkers wordt ook niet onderbouwd door empirisch onderzoek rond de rol van kenniswerkers binnen de economie. Het pleidooi is gebaseerd op een wankel begrip binnen HRD van de relatie kennis – economie, een even wankel begrip van de aard van organisaties en, tenslotte, een wankel begrip van de wijze waarop organisaties omgaan met kennis. Relaties die zich niet laten uitdrukken in de armoedige term ‘kennisproductiviteit’. De armoede van het pleidooi is dat het uiteindelijk de relatie economie-organisatie- kennis verschraalde tot een ‘hogere opleiding’. Kijk, bijvoorbeeld, de Nederlandse vakbladen er op na, en zie dat over het leren van laaggeschoolden niet werd gepubliceerd. Dat is punt één.

    Mijn tweede punt. De opleidingskundige community verklaarde in de afgelopen 15 jaar ‘content’, dus vakinhoudelijke kennis, als dood. Ik schreef dat al in mijn tweede reactie. Ze meende, veelal vanuit de theorie niet vanuit ‘content, dat ontwíkelingen zo snel gingen dat ‘lineaire’ opleidingskundige aanpakken niet meer werkten[zie bijvoorbeeld Keursten, Het einde van strategisch opleiden, Opleiding en Ontwikkeling, nr. 10, 1999, blz. 27]. Kortom: de vakinhoudelijke kennis, en haar ontwikkeling, van lagergeschoolden speelde in het HRD-domein zoals haar sociale status geen rol. Het is dan ook ondanks, niet dankzij HRD, dat bedrijven er in slaagden [bijvoorbeeld] ingrijpende veranderingen in werkprocessen te realiseren.

    Mijn derde punt. In het HRD-domein verschoof het denken van de rol van HRD voor de organisatie naar HRD voor het individu.[Ondanks de schijn die suggereerde dat het om de twee ging]. De machinebureacratie van Mintzberg werd het troetelhondje van velen die zichzelf wensten te realiseren [zoals dat heet]. Managers werden gehekeld als blokkades, als sta-in-de-weg’s van [sorry] kenniswerkers. De structuren van organisaties waren een volgende belemmering. In feite ging het over het ontstaan van ‘de nieuwe mens’. Dat wil zeggen de mens die zonder sturing, maar ook zonder de belemmeringen van de machinebureacratie waarde toevoegt. Het betoog was zwaar [en zeer modieus] geinspireerd vanuit de humanistische psychologie. Lager geschoolden speelden in dit discours geen enkele rol. Al is het maar omdat ze het niet wensten.Ze voelen er zich minder thuis,

    Conclusie: het is tegen die achtegrond dat jij nu een pleidooi houdt voor de ‘kansarmen’. Zoals ik schreef in mijn tweede reactie: het is een groot politiek, sociaal, probleem. Desondanks begrijp ik je argument niet. Duizenden opleiders binnen arbeidsorganisaties houden zich al jaren bezig met opleiden en leren van ‘laaggeschoolden’. Ze realiseerden dat werknemers in nieuwe werkprocessen leerden werken, en zoals ik zei, ondanks HRD. Meer precies: ondanks de ‘dysfunctionaliteit’ van het in HRD gevoerd debat! HRD bevond zich buiten de werkelijkheid.'[nog steeds] Je suggestie een artikel te lezen over scholing van mindergeschoolden volg ik op. Wat verder nuttig zou zijn, is dat een promovendus, laten we zeggen een taalkundige, eens een onderzoek zou doen van het conceptueel en taalkundig kader van de publikaties van de groep waar toe je behoort. Mogelijk krijg ik dan een heel kein beetje gelijk. Vanuit mijn optiek vormen de concepten de werkelijkheid van de ‘moral entrepreneur’, lid van ‘The New Class and New Capitalism’ [zie Kellner & Heuberger, Transaction Publishers, 1992]

    Tenslotte: ik waardeer je betoog over laaggeschoolden, maar wie bewijs je een dienst? Dat bepaalde banen in bedrijven verdwijnen is een ‘natuurlijk’ gegeven. De 10 jaar oude discussie over ‘employability’ heeft tot niets geleid. HRD zal dit maatschappelijk probleem niet oplossen. Het is niet eens haar taak. Misschien wordt je beter lid van een politieke partij[als je dat niet al bent].

    Beste!

    Rolf Knijff

  2. 20 augustus 2012 08:56

    Dag Rolf,

    Bedankt voor het kritisch meedenken over dit onderwerp. Jouw hoofd zal in een (kennis)revolutie waar je naar verwijst zeker niet moeten rollen; integendeel we hebben denk ik elk ‘hoofd’ hard nodig! Dat brengt me gelijk bij mijn reactie.

    In reactie op je eerste bericht. Mijn persoonlijk standpunt is dat we iedereen, onafhankelijk van opleidingsniveau, hard nodig zullen hebben in onze (kennis)economie en lerende samenleving. Dit heeft een praktisch aspect (economie en samenleving kunnen dan beter functioneren) en een ethisch aspect (voorkomen dat we groepen onrechtvaardig uitsluiten). De geschetste cijfers en ontwikkelingen die lijken te duiden op het ontstaan van een sociale scheidslijn op basis van opleidingsniveau zetten daarom extra aan tot denken.

    Mijn voornaamste vraag is: Herkennen meer mensen deze ontwikkeling? Jij geeft aan dat je deze sociale scheidslijn herkent en je bent kritisch over de rol van hoogopgeleiden in het vervagen van deze scheidslijn. Ik word door je reactie herinnerd aan de zin uit het boek ‘Animal Farm’ waarin de slimme varkens (die feitelijk de baas op de boerderij waren) predikten: “Everybody is equal, but some are more equal than others.”
    Je bent nogal kritisch over de gerichte belangenbehartiging voor laagopgeleiden door hoogopgeleiden (je noemt dit de ‘schare rond Kessels’). Op welke manier vind je dat hoogopgeleiden de genoemde revolutie vooral ten bate van zichzelf gebruiken? Misschien willen mensen uit de ‘schare rond Kessels’ daar zelf op reageren?

    De nuancering die je aanbrengt in het feit dat werk door technologische ontwikkelingen binnen een bedrijf ook simpeler kan worden, onderschrijf ik. Sommig werk wordt zelfs zo eenvoudig dat er helemaal geen mens meer aan te pas komt. Echter, als je het op macroniveau bekijkt, zie je dat door deze technologische ontwikkelingen bepaald werk verdwijnt; vooral het arbeidsintensieve handwerk waar weinig diploma’s voor nodig zijn. De mensen die dit werk deden, hebben niet zomaar ander werk; zeker niet als je voor dat werk een diploma nodig hebt of weer de -vaak gevreesde/gehate- schoolbanken in moet (zie de constatering van de Onderwijsraad in het advies).

    Ik deel je standpunt dat leren in de werkelijkheid van de praktijk soms lastig te ‘vangen’ is. Toch zie ik recent wel onderzoekers die met soms onconventionele benaderingen er dichterbij weten te komen. Ook bij de praktijk van leren & innoveren van laagopgeleiden. In dit kader wil ik je uitdagen om iets uit het werk van de ‘schare van Kessels’ te lezen: een inspirerend onderzoek naar het leren/innoveren van vakkenvullers binnen supermarkten…: http://www.kessels-smit.com/nl/shop-assistants-as-instigators-of-innovation-analysis-of-26-innovation-initiatives-in-17-dutch-supermarkets

    Tenslotte ben ik blij dat je mijn oproep aan de (NVO2) lezer onderschrijft: hoe zouden we het leren van de diverse groep laagopgeleiden beter kunnen vormgeven én begrijpen? Zie hiervoor overigens ook de laatste aanbeveling in het advies van de Onderwijsraad.

    Hartelijke groet,
    Frank

  3. 20 augustus 2012 08:22

    Ik las het rapport van de Onderwijstraad. Ben niet onder de indruk. Het gaat weliswaar over een serieus maatschappelijk probleem: het [opnieuw] ontstaan van [wat Duitsers noemen] het ‘Prekariat’. Een sociaal-economisch ‘precaire’, groep die problemen heeft in eigen levensonderhoud te voorzien.

    Ben niet onder de indruk vanwege de wijze waarop een één-op-één relatie wordt gelegd met post-initiele scholing, waar veel van de besproken problemen ontstaan, vanuit maatschappelijke en culturele problemen, in de initiele scholing. Daar moet aan gewerkt worden. Verder heeft de hachelijke maatschappelijke positie van het Prekariat weinig te maken met de betere post-initiele scholing van hoger opgeleiden. Er lijkt sprake van de vergelijking van appels en peren. De hoger opgeleiden hebben vast werk; worden daarom opgeleid. Waar het Prekariat werkloos is; dus niet door een werkgever [verder] worden opgeleid

    De voorgestelde maatregelen, zoals het doen aansluiten van opleidingen op de wensen van het Prekariat en het EVC-en, suggereren precies de aard van het probleem: er is sprake van een [belangrijk] sociaal probleem. Niet van een educatief probleem[primair].
    Kortom: het rapport van de OWR lijkt het zoveelste rond een lastig en kostbaar maatschappelijk en ekonomisch, en niet technologisch probleem. Het gaat dan ook niet zozeer over het vak HRD.

    De suggestie, gedaan ik de laatste zin van je betoog, lijkt nuttig. Je zegt dat er sprake is van [ik citeer] “Een maatschappelijke missie waar in de komende jaren het veld van human resource development bij uitstek een voortrekkersrol in zou kunnen vervullen!”. Maar vergeet niet de situatie binnen HRD. Voortrekkers in het vak verkondigen al enige tijd dat technologische ontwikkelingen zo snel gaan, dat opleiders zich daar beter niet mee bezig houden: een nieuw verworven vaardigheid is bij het uitreiken van een diploma helaas al verouderd! Daarom, zo wil het onderwijskundig betoog, moeten HRD-ers zich richten op het aanleren aan mensen steeds te veranderen. Bovendien richtte alle HRD-aandacht zich op de hoger geschoolde kenniswerker, die zorgt voor eigen scholing. Binnen bedrijven verdween het Prekariat uit beeld.

    Het HRD-betoog werd ‘gepsychologiseerd’. Ontwikkeling van inhoudelijke kennis verdween zo uit het HRD-vizier. Misschien heeft dat ook iets te maken met het gebrek aan ‘employability’ van een inmiddels werkloos Prekariat?

    Dat was het,

    Rolf Knijff

  4. 19 augustus 2012 08:37

    Waar je juist in bent is dat er een “revolutie van boven” wordt gepredikt. In Nederland vooral door Joseph Kessels en zijn schare. De revolutie betreft de gerichte belangenbehartiging, naar ik vrees ten bate van henzelf, van hen die na een hogere opleiding menen te beschikken over, niet slechts, meer kennis, maar vooral een beter moreel begrip van de werkelijkheid. Niet-hoger opgeleiden worden behandeld als ‘their supporting personnel’, waarvan de hoger geschoolden zich vertwijfeld afvragen: moeten we hen dezelfde rechten toekennen rond leren die we onszelf toekennen? [Zie resp. blz. 229 en 179 in Harrison en Kessels, HRD in a Knowldge Economy, 2004, Palgrave].

    Waar je niet beslist juist in bent is de veronderstelling dat “globalisering en technologische vooruitgang hogere eisen aan kennis en vaardigheid stellen”. We doen zeker op andere wijze ons werk, maar vaak wordt uitvoering juist makkelijker. Veranderingen die zich voltrekken in werkwijzen en -organisatie, worden niet aangeleerd door formele scholing.

    Wat betreft onderzoek: ik was bijna negen jaar verantwoordelijk voor opleiden en [doen] leren in een snel veranderende zwaar technologische multinational. Dit is mijn ervaring met onderzoek vanuit mijn achtergrond: onderzoekers slagen er matig in leren in de leerschool van de werkelijkheid te doorgronden.

    Tenslotte: het zou van wijsheid getuigen als NvO2, en haar leden als professionelen in het vak HRD, incusief zij die de belangen van “kenniswerkers” behartigen, zoals de schare rond Kessels hierboven aangeduid, de handschoen oppakten, en de rol van ‘supporting personnel’ binnen bedrijven en de wijze waarop ze [moeten en kunnen] leren zouden verkennen.

    Echter mijn eerste zorg: wordt mijn reactie geplaatst? Zoals in eerdere revoluties, zoals de Franse, eindigen critici vaak zonder hoofd!

    Ik las het rapport van de OWR nog niet. Dat ga ik nu doen. Ben in elk geval benieuwd wat je denkt!

    Rolf Knijff

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: