Skip to content

Het Ontwerpboek: leertrajecten ontwerpen voor vakmanschap en vernieuwing

2 oktober 2012

Met Hilde ter Horst als gastblogger

Onlangs is Het Ontwerpboek uitgebracht: een boek geschreven voor en door opleiders en ontwikkelaars van leertrajecten. Met een rijkdom aan ervaringen: Twaalf praktijkverhalen maar liefst. Waar begin je? Wij vinden het leuk om je middels deze blog enkele impressies te geven. Hilde doet dit met het oog op toepasbaarheid in het onderwijs en Sibrenne hanteert het perspectief van het bedrijfsleven.

Twaalf ontwerppraktijken als rode draad

Verhalen met titels als ‘zestien miljoen bellers’, ‘leerteams als motor van de kennispomp’ en ‘lerend leiden’. Dat maakt toch nieuwsgierig! Eerst nog even iets over het gehele boek. Aan de hand van twaalf ontwerppraktijken neemt het boek je mee in vraagstukken rondom leerprincipes, ontwerpprincipes, ontwerpaanpakken en aspecten van het vakmanschap van ontwerpers. Leerprincipes zijn hierbij gedefinieerd als opvattingen van een ontwerper “over de manier waarop mensen leren in en van het werk”. Ontwerpprincipes volgen hieruit als de uitgangspunten voor het te ontwerpen leertraject. Ze geven richting aan het ontwerp. De ontwerpaanpak tenslotte is het model dat centraal staat in het ontwerpproces. Door de verscheidenheid aan verhalen komen in het boek ook verschillende ontwerpaanpakken naar voren. Met daarbij elke keer een focus op vakmanschap: welke keuze maakt een ontwerper? Vanuit welke onderbouwing? Welke interventies zijn ingezet en wat was hun effect? En hoe nam de ontwerper belangrijke betrokkenen mee in het ontwerpproces? Veel inspiratie voor u als ontwerper!

We nemen u graag mee in de volgende vier verhalen…

Magische leiderschapsreis – over speels ontwerpen van leerinterventies

Zin in het maken van eens een heel ander ontwerp voor een leertraject? Wil je deelnemers in situaties brengen waardoor er een ervaring ontstaat? En verleiden tot het doen van andere dingen door het maken van mooie, lichte en plezierige interventies? Dan is dit verhaal echt de moeite waard om te lezen! Het beschrijft een bijzonder traject voor managers in een veranderende omgeving van een grote financiële dienstverlener. Een speelse leiderschapsreis, waarin leidinggevenden worden uitgedaagd om het bedrijf de noodzakelijke stap verder te helpen. Het begrip ‘speels’ is in het gehele ontwerp van dit leiderschapstraject doorgetrokken: speels denken.. met een werkelijkheid die heel echt is en niet ervaren wordt als een leersituatie. Waarbij alle interventies en ervaringen mooi, licht en plezierig zijn. Waar je als ‘deelnemer’ helemaal in opgaat. Zodat er ervaringen ontstaan die iets bij iemand in beweging brengen. Onder het motto ‘something is going to happen….’ Dit verhaal laat heel mooi zien wat de kracht van ontwerpprincipes is. Door daar expliciet in te zijn bij de start, neem je betrokkenen mee in het ontwerp (iteratief en relationeel proces) en krijg je echt een anders-dan-anders traject: een reflectieopdracht op de iPod, een zomermagazine met oefeningen en tests, sms-opdrachten…

Leerteams als motor van de kennispomp

Ik val wel wat voor prikkelende titels merk ik. Dit verhaal beschrijft een ontwerpaanpak voor het versterken van de kennispositie van ProRails treinbeveiligers. Mooi in de aanpak vind ik de start: middels een kort onderzoek naar het vakmanschap van de huidige experts op de afdeling Treinbeveiligingssystemen is een beeld ontstaan van het vak en werkende manieren om kennis op dit domein te verwerven. Bijvoorbeeld: ‘De kennisopbouw is afhankelijk van de eisen die de concrete, contextspecifieke werkzaamheden stellen’ en ‘kennis vergaren is ook het opbouwen van een kennisnetwerk: het creeren van sociaal kapitaal’. De ontwerpers hebben gekozen voor een aanpak met focus en ruimte voor onbekende factoren van de toekomst. En een buitenkans die zich voor deed was de instroom van nieuwe medewerkers. Middels leerteams van nieuwe medewerkers, die haast vanzelfsprekend binnenkomen met een grote leerbehoefte, is gezocht naar activiteiten die nieuwe medewerkers initieren en die tevens ten goede komen aan de (zeer) ervaren collega’s. Principes die ik in dit verhaal ook lees: Daar beginnen waar energie zit. Werken vanuit vragen die medewerkers echt hebben. Verbinding maken tussen mensen op basis van nieuwsgierigheid en passie voor het werk.

De kunst van het onderzoekend ontwerpen

Het ROC Eindhoven stelde zich in 2009 de vraag hoe zij haar docenten kon ondersteunen bij het ontwerpen van competentiegericht onderwijs. Het hoofdstuk in Het Ontwerpboek beschrijft het ontwerpproces van een leertraject dat is opgebouwd op precies de wijze waarop studenten werken en leren tijdens een integrale opdracht. Krachtig aan dit verhaal vind ik dat het leerproces van de docenten gelijk is aan het leerproces van de studenten. Het bestaat uit een centrale ontwerpopdracht ondersteund met ontwerpsessies en onderbouwende workshops en wordt afgerond met een proevegesprek. Deze constructie, met als belangrijke leerprincipes “werk is de krachtigste leeromgeving” en “het wiel uitvinden is een krachtig leerproces” bleek, zo wordt beschreven in het hoofdstuk, goed aan te sluiten bij de wijze waarop de docenten succesvol konden leren. De docenten kregen in het leertraject veel ruimte om zelf te ontdekken hoe het ontwerpen in elkaar stak en hoe in dit proces samen te werken met andere betrokkenen. Na de eerste evaluatie werd er wel voor gekozen aan de start meer voorbeelden te laten zien omdat de behoefte daaraan groot bleek. Een andere belangrijke conclusie bleek dat bij het ruimte creeren voor een eigen leerproces bij docenten een overkoepelend en helder raamwerk van het leertraject onontbeerlijk is voor het creeren van rust en een einddoel.

Twee benaderingen voor een ontwerpvraagstuk

Ook bij de Academie Gezondheidszorg van Saxion deed het competentiegericht onderwijs haar intrede. In 2005 kregen twee projectleiders van deze academie de opdracht een nieuw onderwijsprogramma voor de bacheloropleidingen Verpleegkunde en Fysiotherapie te ontwerpen, ontwikkelen en implementeren. De twee ontwerptrajecten vonden plaats binnen een gelijk ontwerpkader waarin onder andere waren opgenomen dat beide opleidingen moesten gaan werken aan een gezamenlijk en herkenbaar design en dat in het leerproces van de student de centrale rol speelt. Interessant aan dit verhaal is dat ondanks een gelijke opdracht en gelijke ontwerpkaders de projectleiders kozen voor een totaal verschillende aanpak. Bij Verpleegkunde werd gekozen voor een planmatige werkwijze met heldere en strakke kaders, een gestructureerde aanpak en resultaat als belangrijkste uitgangspunt. Het ontwerpproces bij de opleiding Fysiotherapie kenmerkte zich door een interactie en dialoog, meer de relationele ontwerpbenadering. In het hoofdstuk worden beide aanpakken beschreven en wordt uitgebreid ingegaan op de consequenties binnen het ontwerp- en het implementatieproces van de nieuwe onderwijsprogramma’s.

Wat kun je van andere ontwerpers leren?

In het boek zijn ook interviews opgenomen met ontwerpers uit andere vakdisciplines. Wat kunnen wij leren van andere ontwerpers? Nou, best veel! Een ontwerpster van De Knoflookkneuzer vertelt bijvoorbeeld dat zij het belangrijk vindt in het ontwerpproces ook eens een stapje terug te doen en dan goed te kijken naar wat een gebruiker doet met het ontwerp. Het interview met de architect die onder andere De Kunsthal in Rotterdam ontwierp, inspireert me om te blijven werken aan consistentie in alle ontwerpstadia van het ontwerp. Deze verhalen van andere ontwerpers verbreden echt je blikveld. Nu kun je vast de verleiding niet meer weerstaan om te gaan lezen! Veel plezier!

Hilde ter Horst schrijft hier als gastblogger. Ze werkt als zelfstandig onderwijskundig ontwerpster en adviseur onder de naam Zoëzi Opleidingsadvies (www.zoezi.nl). Zoëzi Opleidingsadvies biedt ondersteuning bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van opleiden, leren en ontwikkelen. Haar werkterrein ligt met name op het gebied van hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs en richt zich op ontwerpen, innoveren, kwaliteitsborging en (docent)professionalisering. Hilde combineert vraagstukken die haar boeien: leren van mensen, teams en organisaties met de wijze waarop ze graag werkt: onderzoekend, ontwerpend, doelgericht en effectief.

Advertisements
4 reacties leave one →
  1. 5 oktober 2012 14:41

    Het is duidelijk wat je zegt Sibrenne. Mijn keus is strikt: professionele belangen zijn anders dan die van een professie en dienen van elkaar onderscheiden te [kunnen] worden. Met name in HRD, dat niet geprofessionaliseerd is maar sterk gecommercialiseerd. Willen we professionaliteit realiseren, dan moeten we – in verenigingsverband – de commercialisering controleren. Zo ontwikkelen beide identiteit.

    Rolf

  2. 3 oktober 2012 14:27

    @Henk, fijn dat de blog laat zien dat ontwerpen heel leuk kan zijn!

    @ Rolf, dank voor je reactie en kritische blik. Goed dat je op deze manier toevoegt dat het boek een initiatief is van de Kessels & Smit familie. En zowel Hilde als ik hebben een bijdrage geleverd, hoewel we daar allebei niet werkzaam zijn. De bedoeling van de blog is niet om het boek te verkopen, hoewel dat wellicht een naïeve gedachte is van mij. Ik snap dat het zo zou kunnen overkomen. Ik heb samen met Hilde tot deze blog besloten om het thema ‘ontwerpen’ meer onder de aandacht te brengen. In die zin vind ik het voor ons vakgebied heel mooi dat er zoveel praktijkverhalen zijn verzameld die laten zien hoe ontwerpen kan gaan.

  3. 3 oktober 2012 14:14

    Sibrenne,
    Wat je in bovenstand bericht verzuimd te doen, is het vermelden van de achtergrond van het ‘Ontwerpboek’. Het zou fair zijn ten opzichte van leden van NVo2 te melden dat het een initiatief is van de Kessels-Smit-familie. Voor zover ik weet is dat geen liefdadigheidsvereniging, maar een commercieel bedrijf. Het zou ook fair zijn, voor de beoordeling tot aanschaf door mensen die je bericht lezen, te melden dat auteurs relaties hebben met die firma. Je doet geen van de twee.

    Wat ik onder je aandacht wil brengen, is dat ik de vermenging van verenigingsactiviteiten en de verborgen marketing door de Kessels-Smit groep onjuist vind t.o.v. vele anderen binnen NVo2, die eveneens commercieel actief zijn, zonder de macht te hebben van de genoemde firma.

    Wat ik niet bedoel te zeggen is dat een, naar ik hoop verdienstelijk initiatief rond het boek, geen publikatie verdraagt. Natuurlijk: dat is niet het probleem. Dat betreft de verkapte ‘merchandizing’. Misschien kun je er voor zorgen dat op dit blog, voortaan publikaties vanuit een firma vergezeld zijn van de firmanaam? Dat is toch geen probleem? Een ieder van ons werkt toch slechts bij/met een firma waar hij/zij trots op is? Ik stelde dit al eens voor aan de voorzitter van NVo2.

    Om je te helpen plak ik hier onder [deel van] een persbericht van American Economic Organization: een beroepsverniging wat groter dan NvO2. In het kader van vermenging van belangen bij het ontstaan van de huidige econmische crises, stelde ze onderstaande maatregel in. Zoals je ziet: het kan.

    Tenslotte: ik blijf de overtuiging toegedaan, dat ook in dit vak de dialoog rond professionele ethiek van belang is. Ik hoop dat je het er mee eens bent!

    Vriendelijke groet,
    Rolf Knijff

    xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
    American Economic Association
    Publications Office
    Phone: 615-322-2595
    E-mail: Regina.Montgomery@vanderbilt.edu

    PRESS RELEASE
    January 5, 2012

    American Economic Association Adopts Extensions to Principles for Author
    Disclosure of Conflict of Interest

    At its meeting today, the Executive Committee of the American Economic Association adopted extensions to its principles for authors’ disclosures of potential conflicts of interest in the AEA’spublications.

    The added principles are:
    (1) Every submitted article should state the sources of financial support for the particular
    research it describes. If none, that fact should be stated.
    (2) Each author of a submitted article should identify each interested party from whom he or she has received significant financial support, summing to at least $10,000 in the past three years,in the form of consultant fees, retainers, grants and the like. The disclosure requirement also includes in-kind support, such as providing access to data. If the support in question comes with a non-disclosure obligation, that fact should be stated, along with as much information as the obligation permits. If there are no such sources of funds, that fact should be stated explicitly. An “interested” party is any individual, group, or organization that has a financial, ideological, or political stake related to the article.
    (3) Each author should disclose any paid or unpaid positions as officer, director, or boardmember of relevant non-profit advocacy organizations or profit-making entities. A “relevant” organization is one whose policy positions, goals, or financial interests relate to the article.

    xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

  4. Henk Truijen permalink
    3 oktober 2012 10:05

    Altijd gedacht, dat Ontwerpen saai was…….NIET DUS! Thanks Hilde voor deze verfrissende blik. Geeft inspiratie en vitamientjes! Succes, Henk Truijen (Prince2 en MSP trainer) en Programma manager

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: